Afkomstig uit



NWT nr. 11/2009

Columns van

Marcel Hulspas

Nieuwe kunst in oude grond

Balen: '2012' is pas over twee eeuwen

Archeologie - Sterrenkunde - Wetenschap

Door: Maarten Keulemans


In de film 2012 die deze maand in première gaat, sneuvelen de steden en continenten bij bosjes, als de wereld vergaat. Toch jammer dat onderzoek net heeft uitgewezen dat het 'einde der tijden' van 21 december 2012 er waarschijnlijk ruim twee eeuwen naast zit.

In de film ‘2012’ die deze maand in première gaat, sneuvelen de steden en continenten bij bosjes, als de wereld vergaat. Toch jammer dat onderzoek net heeft uitgewezen dat het ‘einde der tijden’ van 21 december 2012 er waarschijnlijk ruim twee eeuwen naast zit.

De tientallen boeken, de websites, ja, zelfs die Vlaamse meneer die voornemens is om te vluchten naar een berg in Zuid-Afrika. Het zal u niet zijn ontgaan: de onheilspredikers hebben weer eens een einddatum ontdekt. Ditmaal vergaat de wereld op vrijdag 21 december 2012. Onze planeet zal dan aan stukken worden gescheurd door een langskomende zwerfplaneet, verbrand door zonnevlammen, opgeheven door de goden of juist spiritueel worden gereinigd door kosmische oerkrachten – het is maar net welk boek of welke website je erop naslaat.

Over twee dingen zijn de onheilsverhalen het eens. Ten eerste: op 21/12/2012 klimt de zon naar een zeer bijzondere plaats aan de hemel. En ten tweede: op 21/12/2012 loopt de kalender van de oude Maya’s af. Ondernemende onheilsprofeten hebben de optelsom al snel gemaakt: zeg maar dag tegen de wereld. “Volgens mij is het idee van het jaar 2012 als bijzonder jaar begonnen in 1985, bij de ontmoeting tussen de esoterici Terence McKenna en José Arguëlles”, vermoedt Sacha Defesche, die bij wijsbegeerte en religiestudies aan de Universiteit van Amsterdam afstudeerde op het onderwerp 2012. “Samen zijn zij verantwoordelijk voor het geven van een religieuze, apocalyptische betekenis aan een datum die anders wellicht onopgemerkt zou zijn gebleven.”

Astronoom Louis Strous stelt ons gerust, en zegt dat het allemaal wel meevalt. “Het is het begin van de astronomische winter. Maar daar zijn geen bijzondere krachten mee verbonden”, zegt Strous, die voor de Universiteit Utrecht een publiekspagina opstelde waarin hij de sterrenkundige kant van 2012 bespreekt. Met die ‘bijzondere’ positie van de hemellichamen valt het wat Strous betreft wel mee. Tijdens lezingen laat hij soms een reeks plaatjes zien, met daarop ingetekend de sterrenhemel op verschillende datums. Waarna hij zijn toehoorders vraagt: wijst u maar eens aan op welk plaatje hier nu iets bijzonders is te zien. Niemand die 21 december 2012 eruit pikt, natuurlijk. “Voor de willekeurige burger ís er ook helemaal niets bijzonders te zien.”

Toch gebeurt er wel íéts op de dag des onheils. De zon klimt dan naar de plek waar je, als het donker zou zijn, de Melkweg zou zien – de lichtende band van sterren die schuin door de lucht loopt. Precies in het midden van die band, op de ‘galactische evenaar’, bereikt de zon op 21/12/2012 zijn hoogste punt. Het is maar eens in de pakweg 25.800 jaar dat de zon dat precies tijdens de winterwende doet. Een beetje 2012-gelovige ziet het al helemaal voor zich: daardoor gaat er een kosmische poort naar de Melkweg open, waarlangs spirituele krachten kunnen binnenstromen.

Jammer alleen dat de stand nou ook weer niet zó ongewoon is. “Dit gebeurt elke paar duizend jaar weer”, benadrukt Strous. Bovendien bestaat er helemaal niet zoiets als een exacte ‘evenaar’ van de Melkweg. “Het gaat hier niet om dingen die je zomaar kunt zien. De galactische evenaar is niet een lijn in de hemel of zoiets. In voorgaande jaren stond de zon op 21 december ook al op de galactische evenaar, en de komende jaren is dat ook het geval.” Los nog van het feit dat de zon sowieso tweemaal per jaar de galactische evenaar passeert als het géén winterwende is. Maar ach, wat zou je je eigenlijk druk maken, vindt Strous. “Volgens mij is het nog maar de vraag of de Maya’s dit soort kennis wel hadden.”

Samenraapsel
Geen plotseling openzwaaiende kosmische hemelpoorten dus, maar hoe zit het met dat andere onheilsverhaal: Mayakalender?

Ook hier ligt de waarheid nogal anders (Skepter, 2008). Toen de Spanjaarden in de 16e eeuw het rijk der Maya’s veroverden, hadden de Maya’s niet één kalender. Het volk hield de tijd bij met maar liefst vier kalenders tegelijk. De oudste kalender was een telling van 260 dagen genaamd de ‘tzolkin’, bestaand uit 20 dagen met allemaal een eigen naam, die ieder 13 keer langskwamen. Daarnaast kenden de Maya’s de ‘haab’, een kalender van 365 dagen, verdeeld over 18 maanden van elk 20 dagen, met aan het einde een soort toegift van 5 ‘ongeluksdagen’. Kalender nummer drie was de ‘korte telling’, een soort teller van dagen, maanden, jaren en ‘katuns’, perioden van haast twintig jaar. En ten slotte sluimerde er op de achtergrond nog een zogenoemde ‘lange telling’. Die telde de katuns: 20 katuns vormden samen één ‘baktun’, en van die baktuns waren er weer 13. Die lange telling was echter in onbruik geraakt toen de Spanjaarden arriveerden, waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat de telling in baktuns zo extreem langzaam loopt.

Een griezelig ingewikkeld systeem dus, dat tot uitdrukking kwam in datumaanduidingen als ‘10.4.0.0.0 – 12 Ahau – 3 Uo’, ofwel: ‘de tiende baktun plus de vierde katun na de schepping volgens de lange telling, de een-na-laatste Ahau-dag volgens de tzolkin-kalender en de 3e dag van de maand Uo volgens de haab-kalender.’

Goed, maar wat is eigenlijk de westerse ‘vertaling’ van zo’n datum? Welke christelijke kalenderdatum hoort bij welk Mayajaar? Dat is een praktisch probleem waar wetenschappers al zeker een eeuw over discussiëren. De Spanjaarden waren namelijk zo onverstandig om de meeste geschreven teksten van de Maya’s die als ‘wegwijzer’ hadden kunnen dienen te verbranden. Onderzoekers die willen weten hoe de Mayatijd precies past op de gewone kalender, moeten dus afgaan op gebeitelde inscripties, een enkele geschreven aanwijzing van de Spaanse bezetters en op moderne tabellen waarin je de standen van de planeten en de maan kunt nazoeken. Het ‘correlatieprobleem’, heet deze ingewikkelde wetenschappelijke dateringspuzzel die probeert de Mayakalender vast te knopen aan die van het westen.

En daar komt ook de beruchte einddatum 21-12-2012 om de hoek kijken. Een kleine honderd jaar geleden dachten wetenschappers namelijk dat ze eruit waren. Door te kijken naar terloopse verwijzingen in Spaanse geschriften, presenteerden de archeologen Goodman, Martínez en Thompson toen hun ‘GMT-correlatie’: een berekening die de scheppingsdatum van de Maya-mythologie (en dus het startschot van de lange telling) vaststelde op 11 augustus van het jaar 3114 v.Chr. Na wat gereken komt de GMT-correlatie erop neer dat de lange telling één volledig ronde voltooit in december 2012. De teller springt dan op 13.0.0.0.0 en de tijd is dan, letterlijk, op, dachten de archeologen.

Dáchten, want wat weinig 2012-profeten weten, is dat de GMT-correlatie de afgelopen tien jaar hevig onder vuur is komen te liggen door modern onderzoek van astronomen, archeologen en een enkele hobbyende wiskundige. De genadeklap was volgens velen het proefschrift waarop aardwetenschapper Andreas Fuls drie jaar geleden promoveerde aan de Technische Universiteit Berlijn. Fuls wees erop dat de GMT-correlatie helemaal niet strookt met een bewaard gebleven Mayatabel waarop de standen van Venus staan genoteerd. En zo is er meer, zoals inscripties en voorwerpen die in de tijd van Goodman, Martínez en Thompson nog niet waren ontdekt of gedateerd. Door dat allemaal op te tellen, komt Fuls uit op een heel andere datering: eentje die 208 jaar is verschoven. Het einde van de lange telling is volgens die correlatie pas over twee eeuwen, op 21, 22 of 23 december 2220. “Het is de enige mogelijkheid”, zegt Fuls als je hem ernaar vraagt.

Daarmee is trouwens nog niet gezegd of de wereld in het jaar 2220 alsnog vergaat. “Het is natuurlijk maar de vraag in hoeverre je van het ‘einde’ kunt spreken bij een cyclische kalender, zoals die van de Maya’s”, merkt Defesche op. Je mag verwachten dat de tijd van de Maya’s na 13.0.0.0.0 gewoon weer verdergaat bij 1.0.0.0.1.

Los nog van de vraag óf de ‘lange telling’ dan eigenlijk wel afloopt. Vier jaar geleden wezen archeoloog David Kelley en astrofysicus Eugene Milone erop dat de Maya’s waarschijnlijk nóg een langere telling kenden, eentje in ‘pictuns’, periodes van 20 baktuns (ofwel 20 x 144.000 dagen = 7890 jaar). De onheilsprofeten – en de filmindustrie – kunnen nog vele duizenden jaren voort.


(pag. 34)



Dit is de volledige versie van het artikel uit nummer 11 (jaargang 2009) van Natuurwetenschap & Techniek. Wil je het complete, rijk geïllustreerde artikel lezen, dan kun je dit hier nabestellen.


Aanverwante artikelen

Agenda
Dijksterhuislezing 2008
  Senaatzaal Aula TU Delft, Mekelweg 8, Delft, 21 april
Wetenschapsfestival 2008
  Amsterdam, 17 t/m 18 mei
De Universiteit Hasselt en het Max Planck Instituut presenteren de Science Tunnel
  Ethias Arena Hasselt - België, 23 augustus t/m 10 oktober
Opgevist uit Alva's gracht
  Groningen, 6 maart t/m 30 augustus
De Grote Robot Show
  Science center NEMO, Amsterdam, 4 september
ALMA: waarnemen vanaf een Chileense hoogvlakte
  Volkssterrenwacht Bussloo, 9 oktober
Sojoez
  Volkssterrenwacht Bussloo, 11 oktober
De Herfststerrenhemel
  Volkssterrenwacht Bussloo, 16 oktober
De Maan
  Volkssterrenwacht Bussloo, 23 oktober
Europa in de ruimte
  Volkssterrenwacht Bussloo, 30 oktober